Hoge Raad 1 oktober 2019

ECLI:NL:HR:2019:1452

Datum: 01-10-2019

Onderwerp(en): Mensenhandel

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Mensenhandel i.v.m. prostitutie minderjarige door 17-jarig meisje op verschillende manieren te helpen bij haar prostitutiewerk, art. 273f.1.2 Sr. Oogmerk van uitbuiting? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI7099 m.b.t. uitleg van bestanddeel “(oogmerk van) uitbuiting”. Uit Hof’s bewijsvoering blijkt dat bewezenverklaarde gedragingen van verdachte - bestaande uit vervoeren, huisvesten en opnemen van A, die op dat moment leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt - plaatsvonden i.h.k.v. door A te verrichten en verrichte seksuele handelingen met derden tegen betaling. Voorts heeft Hof vastgesteld dat verdachte oogmerk had om van die door A met derden te verrichten en verrichte seksuele handelingen te profiteren en dat verdachte daaruit ook daadwerkelijk voordeel heeft getrokken. ’s Hofs op deze - niet onbegrijpelijke - vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte bewezenverklaarde gedragingen heeft verricht met “oogmerk van uitbuiting” a.b.i. art. 273f.1.2 Sr, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: