Hoge Raad 14 april 2015

ECLI:NL:HR:2015:952

Datum: 14-04-2015

Onderwerp(en): Normatieve component

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

OM-cassatie. “Schuld” a.b.i. art. 308 Sr. Onder schuld als delictsbestanddeel wordt een min of meer grove of aanmerkelijke schuld verstaan. Of sprake is van dergelijke schuld i.d.z.v. art. 308 Sr wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tll. nader is geconcretiseerd, en is voorts afhankelijk van het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. ’s Hofs oordeel dat verdachte kennelijk ervan is uitgegaan dat verstrekking van een (amfetamine bevattende) ‘speedbom’ aan so. niet een onaanvaardbaar gezondheidsrisico met zich bracht, zodat geen sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam of nalatig gedrag en dat niet is komen vast te staan dat verdachte op dit punt beter had moeten weten, is niet z.m. begrijpelijk. In aanmerking genomen (i) dat de stoffen vermeld op de bij de Opw behorende lijst I, waartoe ook amfetamine behoort, door de wetgever worden beschouwd als drugs waarvan het gebruik een onaanvaardbaar risico voor de (volks)gezondheid oplevert, en (ii) dat verdachte, die door het Hof wordt gezien als een “gemiddelde drugsgebruiker”, de amfetamine heeft verstrekt aan een minderjarige persoon, had het Hof nader moeten motiveren o.g.v. welke f&o verdachte ervan mocht uitgaan dat het verstrekken van een ‘speedbom’ aan die persoon niet een onaanvaardbaar risico met zich bracht.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: