Hoge Raad 14 november 2023 Hoge Raad 14 november 2023 Hoge Raad 14 november 2023 Hoge Raad 14 november 2023 Hoge Raad 14 november 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2020:2043 Hoge Raad 15 december 2020

ECLI:NL:HR:2020:2043

Datum: 15-12-2020

Onderwerp: Strafuitsluitingsgronden

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl

Medeplegen poging doodslag tegen A (art. 287 Sr) en medeplegen poging zware mishandeling tegen B (art. 302.1 Sr) door hen met helm te slaan en tegen hoofd te schoppen, nadat verdachte is gestoken door persoon uit groepje waartoe A en B behoorden en medeverdachte door A met baksteen in zijn hand is achtervolgd. Noodweer. Zijn gedragingen van verdachte aanvallend van aard? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456, inhoudende dat beroep op noodweer niet kan worden aanvaard indien gedraging als aanvallend moet worden gezien. Hof heeft vastgesteld dat medeverdachte is weggerend en daarbij werd achtervolgd door A, die baksteen of daarop lijkend voorwerp in zijn hand had, en dat verdachte op zijn beurt gericht en met grote snelheid achter A is aangerend, waarna verdachte direct grof geweld tegen A heeft uitgeoefend. Naar ‘s hofs oordeel waren deze gedragingen van verdachte aanvallend van aard. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte vervolgens geweld heeft uitgeoefend tegen B. Ook dat handelen van verdachte heeft hof als aanvallend van aard aangemerkt. Hof heeft aan verwerping van beroep op noodweer in de kern ten grondslag gelegd dat gedragingen van verdachte aanvallend karakter hadden. Daarmee heeft hof kennelijk toepassing willen geven aan hiervoor weergegeven uitzondering dat bij aanvallende gedragingen die zijn gericht op confrontatie of deelneming aan gevecht, beroep op noodweer niet kan worden aanvaard. ‘s Hofs oordeel dat door verdachte tegen A en B gebruikt geweld in die zin aanvallend van aard was, is niet z.m. begrijpelijk. Hof heeft immers ook vastgesteld dat verdachte, voordat hij achter A is aangerend, zelf is gestoken door persoon uit groepje waartoe A en B behoorden, dat op moment dat verdachte achter A is aangerend sprake was van aanval door A op medeverdachte en dat daarna B op verdachte en medeverdachte af is komen rennen. Hof heeft ook geen nauwkeurige feitelijke vaststellingen gedaan over tijdsverloop tussen deze incidenten noch over moment waarop en context waarin verdachte bewezenverklaarde gedragingen tegen A en B heeft verricht. Verwerping van beroep op noodweer is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel docent Universiteit Utrecht