Gijzelnemer Almelo. 1. Art. 45 Sr. 2. Art. 46b Sr. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als te zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat tussen de verdachte en het slachtoffer geen rechtstreeks contact heeft plaatsgevonden. Ad 2. Het oordeel van het Hof dat het beroep op vrijwillige terugtred dient te worden verworpen omdat de voorgenomen levensberoving slechts niet is voltooid ten gevolge van de niet van de wil van de verdachte afhankelijk omstandigheid dat het slachtoffer niet in zijn kamer aanwezig was en daar ook niet op een later moment is gekomen, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent art. 46b Sr en is voorts niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel
mr-Ad-Machielsen-doek.jpg
mr. Ad Machielse

oud advocaat generaal Hoge Raad, emeritus hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: