Hoge Raad 17 januari 2012

ECLI:NL:HR:2012:BT6466

Datum: 17-01-2012

Onderwerp(en): Poging

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Gijzelnemer Almelo. 1. Art. 45 Sr. 2. Art. 46b Sr. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als te zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat tussen de verdachte en het slachtoffer geen rechtstreeks contact heeft plaatsgevonden. Ad 2. Het oordeel van het Hof dat het beroep op vrijwillige terugtred dient te worden verworpen omdat de voorgenomen levensberoving slechts niet is voltooid ten gevolge van de niet van de wil van de verdachte afhankelijk omstandigheid dat het slachtoffer niet in zijn kamer aanwezig was en daar ook niet op een later moment is gekomen, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent art. 46b Sr en is voorts niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Spreker(s)

mr. R. ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: