Hoge Raad 19 mei 2020

ECLI:NL:HR:2020:903

Datum: 19-05-2020

Onderwerp(en): Vrijwillige terugtred

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging doodslag op destijds (bijna) 4-jarige dochter d.m.v. verwurging, art. 287 Sr. Vrijwillige terugtred a.b.i. art. 46b Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:AZ6709, inhoudende dat antwoord op vraag of gedragingen van verdachte gevolgtrekking wettigen dat misdrijf niet is voltooid t.g.v. omstandigheden die van zijn wil afhankelijk zijn (mede gelet op aard van misdrijf) afhangt van concrete omstandigheden van het geval en dat in geval van voltooide poging voor aannemen van vrijwillige terugtred veelal zodanig optreden van verdachte is vereist dat dit naar aard en tijdstip geschikt is intreden van gevolg te beletten. Hof heeft beroep op vrijwillige terugtred bestaande uit het enkele loslaten van de hals verworpen. Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat (i) verdachte enige tijd en waarschijnlijk gedurende ten minste 15 seconden i.h.k.v. omsnoerende en/of samendrukkende krachtsinwerking(en) op de hals van haar dochtertje de afvloed van aderlijk bloed van het hoofd heeft belemmerd, (ii) bij een kind de dood zeer snel - binnen enkele seconden - kan intreden bij samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals, en (iii) verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven over wat er is gebeurd tijdens avond en nacht waarin bewezenverklaard handelen heeft plaatsgevonden. ‘s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat beroep op vrijwillige terugtred moet worden verworpen omdat het enkele stoppen met uitvoeringshandelingen naar aard en tijdstip niet geschikt was om intreden van dat gevolg te beletten, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Spreker(s)

mr. R. ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: