Hoge Raad 23 december 2016

ECLI:NL:HR:2016:2998

Datum: 23-12-2016

Uitspraak naam: Mediant

Onderwerp(en): Bewijsrecht

Rechtsgebiedenregister: Sociaal-zekerheidsrecht, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht

Wetsartikelen: Art. 392 Rv., Art. 7:669 BW, Art. 7:681 BW, Art. 7:683 lid 3 BW, Art. 7:683 lid 4 BW, Art. 7:683 lid 5 BW, Art. 7:683 BW, Art. 7:686a lid 3 BW, Art. 7:681 lid 1 BW, Art. 7:671b BW, Art. 285 Rv., Art. 7:686a lid 4 BW, Art. 7:686a lid 5 BW, Art. 3:303 BW, Art. 7:686a lid 10 BW, Art. 7:683 BW lid 5, Art. 7:678 BW, Art. 284 lid 1 Rv., Art. 361 Rv., Art. 393 lid 10 Rv., Art. 7:669 lid 3 sub c BW, Art. 7:669 lid 3 sub d BW, Art. 7:669 lid 3 sub e BW, Art. 7:669 lid 3 sub f BW, Art. 7:669 lid 3 sub g BW, Art. 7:669 lid 3 sub h BW, Art. 393 lid 1 Rv, Art. 7:686a lid 2 BW, Art. 671b lid 1 BW, Art. 7:669 lid 3 onder e BW, Art. 7:669 lid 3 onder g BW, Art. 7:677 BW, Art. 1639w BW, Art. 7:685 BW

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Is onder de Wet werk en zekerheid nog een voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkgever mogelijk nadat de werknemer op staande voet is ontslagen? Samenloop met verzoek werknemer tot vernietiging van ontslag op staande voet; wijze van behandeling. Toepasselijkheid bewijsrecht?

AvdR-TV (1)

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: