Hoge Raad 19 november 2019

ECLI:NL:HR:2019:1796

Datum: 19-11-2019

Onderwerp(en): Poging

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Webinars over deze uitspraak

Schietpartij in woonwijk Spijkenisse in 2016. Poging doodslag (art. 287 Sr) en voorhanden hebben alarmpistool en bijhorende munitie (art. 26.1 WMM). Voorwaardelijk opzet. Hof heeft vastgesteld dat: (i) verdachte op een in een woonwijk, bij een flatblok gelegen parkeerplaats meermalen met een vuurwapen heeft geschoten; (ii) in en nabij een auto een kogel en hulzen zijn aangetroffen die met het door verdachte gebruikte wapen zijn verschoten; (iii) deze auto zich bevond haaks op de parkeervakken met de witte caravan en schuin tegenover de witte caravan; (iv) aan weerszijden van deze caravan zich drie mannen bevonden; (v) verdachte “een stukje verderop” stond ter hoogte van het tunneltje dat onder het flatblok loopt en (vi) een getuige heeft verklaard dat die mannen en verdachte over en weer in elkaars richting schoten. Op grond hiervan heeft Hof kennelijk geoordeeld dat verdachte zich op korte afstand van de andere mannen bevond en zodanig was gepositioneerd dat hij met het schieten in de richting van de auto ook in de richting van de andere mannen heeft geschoten en dat dus de aanmerkelijke kans bestond dat hij (een van) deze personen zou raken in vitale delen met dodelijk gevolg, terwijl verdachte door op deze wijze op de parkeerplaats te schieten, klaarblijkelijk bewust die aanmerkelijke kans heeft aanvaard. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.

Spreker(s)

mr. R. ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: